Als je een opleiding volgt in het beroepsonderwijs kun je in principe vanaf je 18e jaar studiefinanciering krijgen. Woon je op jezelf, dan krijg je meer studiefinanciering dan wanneer je bij je ouders woont. Je hebt recht op studiefinanciering als je hebt gekozen voor een voltijds beroepsopleidende leerweg (BOL). Voor een beroepsbegeleidende leerweg (BBL) krijg je geen studiefinanciering.
Wanneer gaat het in?
Je hebt recht op studiefinanciering vanaf de eerste dag van het kwartaal volgend op je 18e verjaardag. Ben je bijvoorbeeld op 18 maart jarig, dan kun je vanaf 1 april studiefinanciering ontvangen. Word je 18 jaar op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober dan gaat je studiefinanciering vanaf dat moment in. Ben je al 18 dan gaat je studiefinanciering in vanaf het moment dat je met een opleiding begint.
Voorwaarden
Je hebt recht op studiefinanciering en een OV- studentenkaart als je aan de volgende voorwaarden voldoet:
- je bent 18 jaar of ouder, maar jonger dan 30 jaar
- je volgt een voltijdse beroepsopleidende leerweg van minimaal een jaar in het beroepsonderwijs
- niveau 1 assistentenopleiding
- niveau 2 basisberoepsopleiding
- niveau 3 vakopleiding
- niveau 4 middenkaderopleiding of specialistenopleiding
- je hebt de Nederlandse nationaliteit.
Heb je niet de Nederlandse nationaliteit, dan kun je soms toch in aanmerking komen voor studiefinanciering.
Beroepsopleiding niveau 1 of 2
Doe je een beroepsopleiding op niveau 1 of 2, dan is je studiefinanciering een gift die bestaat uit een basis- beurs, eventueel een aanvullende beurs en de OV-studentenkaart.
Je studiefinanciering hoef je dus na je studie niet terug te betalen. Daarnaast kun je ook nog een bedrag lenen bij de IB-Groep. Na je studie hoef je alleen het bedrag dat je geleend hebt terug te betalen.
Beroepsopleiding niveau 3 of 4
Volg je een beroepsopleiding op niveau 3 of 4 dan krijg je een prestatiebeurs als je vanaf 1 augustus 2005 of later voor het eerst studiefinanciering ontvangt. De prestatiebeurs bestaat uit een basisbeurs, eventueel een aanvullende beurs en de OV-studentenkaart. De prestatiebeurs krijg je eerst in de vorm van een lening. Een uitzondering is de aanvullende beurs in de eerste twaalf maanden. Deze is een gift. Haal je binnen tien jaar je diploma dan wordt je prestatiebeurs omgezet in een gift. Anders moet je de prestatiebeurs terugbetalen. De termijn van tien jaar gaat in op het moment dat je voor het eerst de prestatiebeurs ontvangt. Na de termijn van 10 jaar heb je geen recht meer op studiefinanciering.
Naast de prestatiebeurs kun je ook nog een bedrag lenen bij de IB-Groep. Je hebt standaard recht op vier jaar prestatiebeurs. Het maakt niet uit hoe lang de opleiding duurt of hoe lang je over de opleiding doet. Na vier jaar prestatiebeurs kun je nog drie jaar een lening krijgen. Heb je al vier jaar prestatiebeurs gehad en doe je een specialistenopleiding, dan heb je recht op maximaal twee jaar extra prestatiebeurs.
Ontving je vóór 1 augustus 2005 al studiefinanciering voor een beroepsopleiding dan blijft je studiefinanciering een gift.
Basisbeurs en Aanvullende beurs
Iedereen die gaat studeren, krijgt in principe een basisbeurs en OV-studentenkaart. De basisbeurs en de OV-studentenkaart staan los van het inkomen van je ouders. Dit is niet het geval met de aanvullende beurs. De aanvullende beurs is onder andere afhankelijk van:
• het inkomen van je ouders van twee jaar terug
• het aantal broers en zussen dat ook een aanvullende beurs ontvangt.
De aanvullende beurs komt bovenop de basisbeurs. Hoe hoger het inkomen van je ouders, des te lager je aanvullende beurs. Kom je niet voor de maximale aanvullende beurs in aanmerking dan kun je het bedrag dat je niet als aanvullende beurs uitbetaald krijgt, ook lenen bij de IB-Groep.
Rekenprogramma
Op de website van de IB-groep staat een rekenprogramma om uit te rekenen hoeveel studiefinanciering je kunt krijgen en hoeveel schuld je na afloop van de opleiding hebt.
Kinderen en partners
Als je alleen of samen met een partner een kind verzorgt, kun je een toeslag op je basisbeurs aanvragen in de vorm van een éénouder- of partnertoeslag. Kijk voor de exacte voorwaarden voor deze toeslagen op de website van de IB-Groep. Als je samenwoont zonder kinderen is het inkomen van je partner overigens niet van invloed op je studiefinanciering. Dit inkomen blijft dan altijd buiten beschouwing.
Stoppen met studie voor 1 februari?
Zit je in het eerste jaar van een beroepsopleiding op niveau 3 of 4 en heb je voor het eerst een prestatiebeurs? Als je je studiefinanciering stopzet vóór 1 februari dan hoef je de prestatiebeurs die je tot dan toe hebt gekregen niet terug te betalen. Stopzetten van je studiefinanciering kan met het formulier ‘Verzoek toepassing 1 februariregeling beroepsonderwijs’. Je mag in dat studiejaar niet opnieuw een prestatiebeurs aanvragen.